Reisverslag Marokko 2013

Merzouga & Todra & Dades

Maandag 21 oktober
Dagactiviteit: autorit Midelt - Merzouga; Source Bleue de Meski; circuit touristique de Rissani; Dromedaristocht Merzouga
Overnachting: in een tentenkamp in de duinen bij Merzouga

De volgende morgen eten we allebei een klein beetje stokbrood, wat thee en een bakje yoghurt.
In de loop van de dag voelt Ineke zich steeds beter. Johan ook, hoewel hij met regelmaat imodium blijft gebruiken.
Vandaag hebben we een prachtige en afwisselende route. Na Zebzate gaan we zigzaggend de bergen in. We stoppen langs de weg om een plaatje te schieten van de vlakte die we achter ons hebben gelaten. Na de bergen volgt de Zis vlakte.
In een stadje stoppen we nog even om onze Paracetamol aan te vullen. Die was inmiddels al op. Normaliter gebruiken we bijna nooit paracetamol. Gelukkig hebben medicijnen als Paracetamol en immodium overal dezelfde naam. Het was dus voldoende om het lege doosje in de apotheek te laten zien.
Vlak voor de tunnel du legionaire stoppen we nog voor een paar leuke foto’s van de Zis vallei.

Verderop langs de weg verandert de Zis vallei in een lange groene oase met palmen en huizen. Een schril contrast met het omringende kale landschap. 3 km voor Meski stoppen voor een korte wandeling. Het was de bedoeling dat dit het verste punt van een wandeling was geweest. Maar we voelen ons niet krachtig genoeg voor een wandeling. De temperaturen zijn overigens ook al erg hoog.

We lopen even rond om de lucht en de geur van de omgeving op te kunnen snuiven. We zien nog een man aan het werk in zijn tuintje. De generator verstoort de rust. Alleen door water op te pompen is hier landbouw mogelijk. De rivier is droog. Daarna rijden we door naar Meski. Voor Meski gaan we rechts af naar Source Bleue. We willen ergens langs de kant van de weg stoppen, wat we ook eigenlijk gewoon hadden moeten doen. Maar verder op de weg stonden ze te wenken, dus we dachten dat men wilde dat we daar gingen parkeren. Ja, dat klopt ook wel. Want dan konden ze ons geld vragen. De parkeerplaats kost 8 Dh. Maar de thee is hier onderdeel van. We parkeren de auto en lopen verder naar de oase. Met een trap moeten we afdalen in de oase. Daar moeten we nogmaals 5 Dh betalen(wederom thee inclusief). Maar dat blijkt een valstrik. Maar dat komt later.

We lopen wat rond in de oase, nemen een kijkje bij de bronnen en het zwembad en lopen over de campsite waar Ineke 35 jaar geleden ook een nachtje heeft gestaan. Dan gaan we toch maar mee voor dat kopje thee. We worden naar een duister winkeltje geloodst waar we lauwe thee krijgen. En natuurlijk kwam toen de aap uit de mouw: hij verwacht dat we wat kopen. Dat hebben we niet gedaan. We drinken een kopje thee en gaan snel weer verder. Een verbolgen “gastheer” achterlatend.
Aan het eind van de campsite op een verhoging (boven op het toiletgebouw) werpen we nog een blik op de rivier oase met daarachter op de andere oever de verlaten kashbah.
Daar laten we het bij voor vandaag. Het was de bedoeling om naar deze kashbah toe te lopen, maar we zien ook niet een doorgang vanuit de campsite. Die was waarschijnlijk bij de plek waar onze auto stond. Gelukkig stond de man, die met ons in het restaurantje thee wilde drinken er niet meer. Wel had hij een jongentje achter gelaten, die er aankwam om de 5 Dirham “parkeergeld” te innen.
Onderweg naar Rissani stoppen we nog een keer om de groene Zis vallei te bewonderen.

Van daar rijden we naar Rissani. Omdat we nog wat tijd over hebben rijden we de circuit touristique de Rissani, de toeristische route van ongeveer 20 km ten zuiden van Rissani, waar men nog in kashba’s woont. Leuke route. Wie zien weinig leven, maar dat zal waarschijnlijk komen omdat alle leven zich afspeelt in de kasba’s. Daarna rijden we door naar Merzouga. Tot 1,1 km voor hotel Kasbah Mohayut (www.mohayut.com) is het asfalt, dus dat valt mee.

De Nüvi brengt ons precies waar we wezen moeten en precies om 15.00 uur (het tijdstip dat je aanwezig moet zijn volgens de voucher voor de dromedaris tocht). We vertrekken pas om 17.00 uur. Dus pakken we alvast de spullen bij elkaar die we mee willen nemen op de dromedaristocht en rusten uit aan de rand van het zwembad op lekkere ligstoelen en nemen nog een kijkje op het dak van de Kasbah. Tegen 5 uur kleden we ons om in een toilet die groot genoeg daarvoor was.
Klokslag 5 uur vertrekken we voor de dromedaris tocht. De groep bestaat uit 5 Nederlanders van 1 gezin, een Duits koppel, een Engels koppel en wij tweeën. Om op de dromedaris te komen is best lastig.

Je hebt het gevoel dat je voor overschiet als de dromedaris op zijn achterpoten gaat staan. Dan lopen we heel rustig (de gids loopt gewoon) door het prachtige woestijnlandschap. Tijdens de tocht neemt de wind steeds meer toe. We worden gezandstraald. Het zand zit echt overal. Het zitten op de dromedaris valt best mee, alleen Ineke houdt wel steeds de handvatten krampachtig vast. En heeft dus zwetende handen. Het moeilijkst zijn de afdalingen. Je gaat nl. steeds op en neer over de heuvels en dalen. Helaas zijn er ook motoren en auto’s die de rust en het landschap vervuilen o.a. met hun lawaai. Na zo’n 3 kwartier rijden mogen we even de benen strekken. Daarna is het nog zo’n half uurtje alvorens we aankomen bij onze tenten. VOor de liefhebbers een link naar de gereden route: (Wikiloc Merzouga camel tour). Dan zie je meteen dat je hemelsbreed niet ver verwijdert bent van de hotels.

De zon is dan al (bijna) onder. We krijgen een mooie tent toegewezen met drie bedden. 1 bed gebruiken we als opslagruimte. Na enige tijd hebben de gidsen thee voor ons gemaakt. Eerst zitten we nog buiten tussen de tenten, maar binnen gaan we eten. Tajine met kip en een lekkere soep vooraf. Na het eten krijgen we nog mandarijntjes en stukjes meloen. Na het eten komen er nog twee gidsen bij van het kampement dat achter het heuveltje ligt. Met zijn vieren maken ze mooie muziek. Eén van hen (van het andere kamp met de blauwe chelabba) is de echte gangmaker. Erg leuk. Daarna zoeken we ons bed op.

Dinsdag 22 oktober
Dagactiviteit: Dromedaristocht Merzouga; autorit Merzouga - Todra; Todra Gorge
Overnachting: Hotel Amazir in de Todra Gorge

Om kwart voor 7 zouden we op moeten staan. Wij staan echter al eerder op om zo rustig te kunnen starten met de wandeling de berg op voor de zonsondergang. We liepen vanuit het tentenkamp direct omhoog naar een richel. Dat eerste stuk was stijl en lastig lopen door het mulle zand. Het beste kun je omhoog komen vind Ineke, door je voet te schoppen in de berg. Dan blijft hij goed staan, en zak je niet teveel naar beneden. Eenmaal op de richel loopt het een stuk eenvoudiger. Net of de grond op de richel steviger is. Ook is de helling nu minder stijl. We komen ruim voor zonsopkomst aan op de top, waar de reizigers van 2 tentenkampen zich verzamelen, zittend op de rand, kijkend naar de opkomende zon. Vanaf hier heb je ook een mooi zicht op het omringende landschap, Merzouga en de hotels die langs de duinen staan.

Na zonsopgang lopen we met het grootste gemak naar beneden, waarna we worden verblijd met een kopje thee. De jongelui gaan nog even zandboarden. Die hadden de gidsen voor hen meegenomen vanuit het hotel. Daarna aanvaarden we de terugreis. We hadden helemaal geen spierpijn van de heenreis. Zelfs niet in de handen. De terugreis was heel relaxed. Ineke kreeg een andere dromedaris, die volgens Johan hoger was. Ze kreeg dan ook een krukje aangeboden om op de dromedaris te kunnen klimmen. Alles ging prettig. Het waaide niet.

We daalden niet zo veel of lag dat aan de andere dromedaris? Het was een heerlijke terugtocht als een stoet door de stille woestijn. Er waren dit keer gelukkig ook geen auto’s en motoren. Een mooie ervaring. Johan geeft de kameeldrijvers de gangbare fooi.
In het hotel wacht ons een heerlijk ontbijt met ei, sinaasappelsap, thee, koffie en yoghurt. Ineke dacht dat we ons hier ook konden douchen maar daar hoorden we niemand over. En daar hadden we ook eigenlijk geen zin in. We kleden ons om in het toilet en gaan op pad naar Rissani, na eerst de foto’s even op de iPad gezet te hebben.

In Risanni is het niet moeilijk om de souk te vinden (die op dinsdag is). Gewoon naar die plek rijden waar de meeste mensen zijn. Als we zoeken naar een parkeerplaats, komen er al diverse gidsen op ons af, hollend of op de fiets. Ze helpen ons met een parkeerplek en willen 5 Dh voor het parkeren en 5 Dh voor een rondleiding. Dat doen we. Dat blijkt ook wel handig in dit geval. De gids loodst ons door de berber -groente en kruidenmarkt, de markt voor de geiten, schapen en koeien en de parkeerplaats/markt voor de ezels. En de souk. Hij leidt ons wat bevriende winkeltjes langs. Helaas voor de gids kopen we niets. Daarna wil hij ons nog de kashbah laten zien, maar dat willen we niet. Op de terugweg begint hij te klagen dat 5 Dh toch wel wat weinig is voor een rondleiding terwijl we dit toch duidelijk hadden afgesproken. Johan had al voor zichzelf besloten de gids 10 Dh te geven maar nu was de lol van de verrassing ervan af. We betalen hem de 10 Dh en de 5Dh voor het parkeren en gaan dan op weg naar Todra. De route voor vandaag loopt via Erfoud, via de R702 en vanaf Tinedjad de N10.

Tussen Erfoud en Tinedjad stoppen we in de middle of nowhere bij allerlei bergjes. Dit zijn door mensen gemaakte ingangen naar oude khettara (ondergrondse irrigatiekanalen). Binnen no time worden we zelfs hier lastig gevallen door een gids/verkoper die op de fiets in de verte komt aanrijden. Hij wil ons wel laten zien wat er hier bezienswaardig is. We rijden daarom maar snel weer verder.
In Tinerhir gaan we rechts af en blijven daar op 2 plaatsen nog even staan om te genieten van het uitzicht over de palm oase. Deze twee uitzichplaatsen zijn eenvoudig te vinden. Gewoon stoppen daar waar iedereen stopt. Om een uur of twee arriveren we in het hotel waar we uitrusten in onze hotel kamer en op ons kleine terras dat uitkijkt op de palmen en olijfbomen in de oase.

Om 4 uur gaan we richting de Todra gorge, die erg toeristisch is. We rijden door tot voorbij de gorge. Na de gorge is links boven de weg een grote parkeerplaats die bijna helemaal leeg is. Daar parkeren we de auto en gaan via een trap een stukje de vallei in lopen. Dat was het begin van de beoogde rondwandeling voor morgen, maar we besluiten om die toch maar niet te doen. Voor de liefhebbers de link naar de site waar deze wandeling te vinden is: wandeling Todra kloof. Achteraf gezien hadden we beter deze wandeling en het bezoek aan de Todra gorge kunnen doen op de ochtend. We rijden nog een 10 tal km verder de vallei in en gaan dan weer terug en stoppen nogmaals op dezelfde parkeerplaats. Dit keer gaan we nog even op en neer lopen de gorge in. Inmiddels is het al een stuk rustiger geworden.

Handelaren zijn bezig hun waar in te pakken. Leuk detail is het water dat onder hotel Yasmina ontspringt. Het water komt daar letterlijk uit de rotsen. Het is ook meteen een goed stromende, brede rivier. Na dit aanschouwd te hebben gaan we terug naar het hotel. Om 8 uur eten we in het hotel. Wederom hetzelfde soepje, alleen nu minder smaakvol. Voor het eerst eten we couscous met kip (Ineke) en rundvlees (Johan) en een lekker fris dessert van yoghurt met appel.
We gaan vroeg naar bed. In het begin horen we andere gasten want het is een gehorig hotel. Gelukkig zijn er niet veel gasten en we slapen prima.

Woensdag 23 oktober
Dagactiviteit: wandeling door de palmenoase bij Todra; autorit Todra - Dades vallei
Overnachting: Hotel Berbere de la Montagne
(Dadesvallei)

Na het ontbijt trekken we de stoute wandelschoenen aan en maken een wandeling door de palmenoase. PRACHTIG. EEN HOOGTE PUNT van onze vakantie! Af en toe is het pad weggeslagen of overstroomd, maar verder m.b.v. de route van Openstreetmap op de GPS goed te volgen. Hier zie je Marokko op zijn best. Hoe later op de wandeling hoe meer mensen we tegen komen. Let wel: alleen Marokkanen.

Iedereen groet je vriendelijk. Zo kan het dus ook. We komen geen toerist tegen. Niemand vraag of we een gids nodig hebben. Hé heerlijk. De wandeling loopt langs een verlaten huis (kasbah), onder palmbomen, over dijkjes en langs akkers waar vrouwen en mannen aan het werk zijn. Bij een overstroming gaf iemand aan dat we door zijn land konden lopen. We kruisen een aantal keren de rivier via palmboomstammen, die over het water waren gelegd en uiteindelijk verlaten we de palmenoase bij Source des Poissons Sacree,  om nog een kijkje te nemen bij de heilige vissen en lopen dan via de asfaltweg (die nu nog rustig is) terug naar het hotel. Daar drinken we een kopje koffie onder de druivenranken met het geluid van het stromende water op de achtergrond. Een beter begin van je dag kun je je niet wensen! Achteraf bekeken hadden we misschien beter deze wandeling kunnen maken op de middag van aankomst, om dan 's morgens de Todra wandeling te kunnen doen.

Om een uur of 11 aanvaarden we de reis naar de Dadesvallei.
De eerste stop is bij het begin van Boulmane du Dades. Op dit viewpoint hebben we mooi zicht op de rivier en de oase. Deze vallei is weer geheel anders. Het grootste verschil met de Todra vallei is dat hier geen dadelpalmen groeien maar berken. Het hout van deze boom zien we vaak langs de kant van de weg liggen. Het witte hout wordt o.a. gebruikt als steunbalken in het dak van de huizen. De daken van de huizen zijn bijna allemaal van riet (ook in de hotelkamers) soms mooi in motieven gevlochten of geverfd. Op de weg naar het hotel stoppen we diverse keren om te genieten van het landschap. O.a. bij de apenvingers en bij een viewpoint waar we zicht hebben op een gorge. Daarna rijden we door naar het hotel dat vlak na de echte gorge ligt. De gorge lijkt wel op de Todra gorge, alleen dan zonder toeristen en verkopers. Het is een korte reisdag. Om 13:30 uur arriveren we al bij het hotel. We lunchen met een berberomelet. Dat zijn eigenlijk 2 eieren met klein gesneden groeten in een tajine. Als het wordt geserveerd kookt het nog (pruttelt) maar het wordt al snel koud, vanwege de harde wind.

Na de lunch gaat Johan een middagdutje doen en Ineke wandelt nog wat in de omgeving. O.a. op en neer door de verlaten gorge.
Tegen 4 uur stappen we in de auto en rijden nog een stuk verder de vallei in. We stoppen na een steile slingerweg omhoog op de top. Vandaar nemen we nog wat foto’s en rijden weer terug naar het hotel. Als we om 8 uur gaan eten blijkt dat we de wandeling met de gids de volgende dag niet alleen doen, maar met een groep. In totaal 4 Duitsers en 4 Nederlanders. Achteraf gezien hadden we beter een eigen gids kunnen regelen. Tijdens het eten maakt de gids alvast kennis en fleurt het diner op met diverse spelletjes.

Donderdag 24 oktober
Dagactiviteit: Wandeling Dadesvallei; autorit Dades - Aït Ben Haddou;
Overnachting: Hotel Dar Mouna

We ontbijten om 7:30 uur om om 8:30 uur te vertrekken voor de wandeling. De wandeling gaat eerst over de rivier achter het hotel, en daarna naar de berghuisjes waar we nog zien hoe de oven, in een inham in de rotsen, eruit ziet. Daarna lopen we de berg op. Niet zo zeer langzaam, maar we stoppen steeds. We wachten dan wel erg lang alvorens we weer verder gaan. Onderweg laat de gids nog allerlei fossielen zien.

Johan vindt zelf ook een mooi fossiel. Het gesteente hier bestaat uit laagjes sediment. Vroeger was dit water. Op het hoogste punt van de wandeling komen we een aantal berbers tegen die met ezels, schapen en geiten afdalen naar de rivier. Dat doen ze om de dag. We lopen met hen terug naar de rivier waar we door een dorpje lopen en vandaar via de asfaltweg terug lopen. De wandeling die we hebben gelopen is te vinden op Wikiloc: Wikiloc Wandeling Dades vallei. Omdat ik pas na het oversteken van de rivier de GPS heb aangezet is het eerste deel van de wandeling niet geregistreerd, maar later ingetekend (te vinden op Wikiloc aanlooproute wandeling Dades vallei). Bij het hotel aangekomen (exact om 11:30) gaan we, na de gids weer de gebruikelijke fooi gegeven te hebben, direct op met de auto op weg naar onze volgende bestemming. De koffers hadden we voor de wandeling al in de auto gezet.

We gaan niet de detour maken die Ineke eigenlijk wel leuk had gevonden, maar in plaats daarvan de rozenvallei op en neer rijden tot aan Bou Tharar. We hebben geen rozenstruik gezien. Deze vallei is ook lang niet zo spectaculair dan de Dades vallei.

Daarna stoppen we in Skoura bij kasbah Amahidil. Hiervoor moet je even van de weg af en door een droge rivier. De kasbah bestaat als je er voor staat uit 4 delen. Deel 1 is het hotel/restaurant; deel 2 is het oude deel en museum, dat we bezocht hebben; deel 3 is nog in gebruik en als je niet oppast kom je daar terecht. Daar willen ze je n.l. ook naar toe loodsen. En deel 4 is het vervallen deel. Het geheel is ook te zien op het 50 Dh biljet.

Het is rustig en de man waar we de entree aan betalen leid ons ook rond. Een mooie tuin in het midden. Slaapvertrekken voor 1 hoofdvrouw, 3 bijvrouwen, de man des huizes en de immam. Er bevindt zich ook een moskee ruimte in de kasbah. Op het dak heb je prachtig uitzicht op de palmen oase. Aan de voorkant heb je zicht op de nu droge rivierbedding.
Na deze detour rijden we naar Quarzazate. Van Quarzazate zien we eigenlijk niet veel. Je rijdt op een grote weg die je er omheen leidt. We tanken vlak na Quarzazate en rijden dan door naar Ait Ben Haddou waar we om kwart voor 6 aankomen. Voor ons doen erg laat. Ineke maakt nog wat foto’s van het prachtige interieur van het hotel en van Ait ben Haddou bij vallende avond. Vanaf het terras van het hotel heb je prachtig zicht op Ait Ben Haddou aan de overkant van de droge rivier.

Om 8 uur wordt het eten geserveerd. Iedere hotelgast (veel Nederlanders) krijgt hetzelfde eten. We beginnen met een aardappel soep. Het hoofdgerecht is rijst met kip in ragout met champignons, worteltjes en tomaat. Heerlijk! Als nagerecht krijgen we flensjes met een sinaasappel saus. En er is wijn bij het eten. Dat hadden we al een paar dagen niet gehad.


18-20 oktober:
Fez; Midelt
21-23 oktober:
Merzouga; Todra; Dades
24-27 oktober:
Aït Ben Haddou; Marrakech